Schrijfster in de dop

‘Jij kunt vast net zo mooi schrijven als je mama,’ had de juf van Floor (mijn dochter van zeven) gezegd. En Floor nam enthousiast haar verhalenschrift mee naar huis. Na de boterham begon ze druk te schrijven. ‘We moesten eigenlijk iets opschrijven wat echt is gebeurd. Maar ik verzin het liever,’ zei ze. Ik knikte, want dat vond ik een goed idee. Iets bedenken is immers stukken leuker voor het brein. 

‘Hallo beste juf,’ zei Floor na een minuut of tien. ‘Dat is de titel. Is dat een goede titel?’
‘Natuurlijk,’ zei ik. Want ik was blij dat ze zo ijverig aan het werk was en vond het heel wat voor een kind van zeven.
En na nog eens vijf minuten zei ze: ‘Let op, mam. Hier komt ‘ie:’

‘Hallo beste juf,

Ik ben naar de dierentuin geweest. 
Zal ik je vertellen wat ik heb beleefd?
Ok. Daar gaan we dan: 
Ik was in de de dierentuin. 
Toen kwam er een man aanlopen. Hij vertelde, dat er een dier was ontsnapt. 
Hij zei ook nog welk dier was ontsnapt. Het was een tijger; acht jaar en tam. 
Hoe de tijger was ontsnapt, wist hij niet. 
De man ging weg, dus ik ging de tijger zoeken. 
Even later zag ik sporen en de bossen bewogen. 
Toen zag ik hem. Ik pakte een touw en bond het om de hals van de tijger.’

‘HO!’ riep ik geschrokken.
‘Als je dat zou hebben gedaan, dan vrat die tijger je op met huid en haar!’
‘Maham!’ zei Floor. ‘Heb jij wel goed geluisterd?’
‘Eh, ja,’ zei ik. ‘Je bond een touw om de hals van een ontsnapte tijger. Tijgers zijn levensgevaarlijk.’
‘Zie je wel,’ zei Floor. ‘Je hebt slecht geluisterd. Ik vertelde namelijk:

” Het was een tijger; acht jaar en tam. “‘

Ik staarde mijn dochter van zeven jaar oud aan. En schoot in de lach.
In-ge-nieus.
Dat vond ik.
‘Jeetje,’ zei ik. ‘Natuurlijk. Nou, hoe gaat het verhaal verder? Want ik ben razend benieuwd.’
Ze rolde met haar ogen. ‘Je moet geduld hebben. Ik moet dat nog schrijven. Maar eerst ga ik even buiten spelen.’

Na een middag die eeuwig leek te duren, kroop ze dan vanavond eindelijk weer achter ‘haar schrijftafel’ (Een klein IKEA kindertafeltje met een mini-stoeltje op mijn kantoor, dat ze even daarvoor had omgedoopt tot ‘haar schrijftafel’). Een aantal keer riep ze me: ‘Schrijf je dit met een “ie” of een “i” of moet dit met een “d” of een “t”?’
En opeens was het zover. Het verhaal was af. Om het in Floors woorden te zeggen: Ok. Daar gaan we dan. 

‘Hallo beste juf,

Ik ben naar de dierentuin geweest. 
Zal ik je vertellen wat ik heb beleefd?
Ok. Daar gaan we dan: 
Ik was in de de dierentuin. 
Toen kwam er een man aanlopen. Hij vertelde, dat er een dier was ontsnapt. 
Hij zei ook nog welk dier was ontsnapt. Het was een tijger; acht jaar en tam. 
Hoe de tijger was ontsnapt, wist hij niet. 
De man ging weg, dus ik ging de tijger zoeken. 
Even later zag ik sporen en de bossen bewogen. 
Toen zag ik hem. Ik pakte een touw en bond het om de hals van de tijger.
We gingen naar de baas van de dierentuin om te vertellen dat ik de tijger had gevonden.
Toen ik dat had gezegd, zei de man met luide stem: “je krijgt een beloning. 
Een tijger; acht jaar en tam.”

Ik staarde mijn dochter van zeven jaar oud aan. En schoot in de lach.
In-ge-nieus.

Een schrijfster in de dop.

Copyright © Saskia Maaskant en Floor Driece

 

Delen op: